Metingen per groep vastleggen (NEN 3140 / NEN 1010)
Bij een NEN 3140- of NEN 1010-inspectie meet je niet één waarde per verdeler maar per eindgroep: isolatieweerstand, aardfoutlus-impedantie (Zs, aan het einde van de groep) en de continuïteit van de beschermingsleiding. Een groepenkast met 24 groepen levert dus 24 rijen meetwaarden op. In NovaDirect leg je dat vast door elke groep een eigen object te geven onder de verdeler — dezelfde werkwijze als strengen bij Scope 12.
Groepen in één keer aanmaken
Open je een hoofd- of onderverdeler waar nog niets onder hangt, dan zie je bovenaan de hint Nog geen groepen onder deze verdeler met de knop Groepen toevoegen: die opent het toevoegscherm meteen op het type Groep in de Meerdere-modus. Handmatig gaat het zo:
- Open de inspectie en ga naar het tabblad Structuur.
- Tik bij de verdeler op Item toevoegen.
- Zet de schakelaar bovenin op Meerdere.
- Kies als type Groep / eindgroep, vul als naam Groep 1 in en als aantal bijvoorbeeld 24.
- De namen tellen automatisch door (Groep 1, Groep 2, …). Je ziet een voorbeeld voordat je bevestigt.
Nummer je per veld of per rail (bijvoorbeeld K1.1, K1.2, K2.1), kies dan Per tracker / groep in plaats van Doortellen en geef het aantal velden en het aantal groepen per veld op. De laatste teller in de naam loopt per groep, de teller ervoor per veld.
Wat je per groep vastlegt
- Voedt / omschrijving — wat er achter de groep hangt, bijvoorbeeld "WCD's kantoor 1e verdieping".
- Beveiliging — bijvoorbeeld B16 of C20; bepaalt het maximum voor Zs.
- Isolatieweerstand (MΩ, minimaal 1) — NEN 3140 § 5.3.3.
- Aardfoutlus-impedantie Zs (Ω) — gemeten aan het einde van de groep.
- Circuitimpedantie Zi (fase-nul) (Ω) — ook aan het einde van de groep. Zs bewijst dat een fout naar aarde wordt afgeschakeld; met een aardlekschakelaar op de groep slaagt die toets vrijwel altijd. Een kortsluiting tussen fase en nul loopt niet via de aarde en wordt alleen door de automaat afgeschakeld. Of die snel genoeg aanspreekt, volgt uit de kortsluitstroom Ik(f/n) = U0 / Zi. Een hoge Zi wijst bovendien vaak op een slechte nulverbinding, en dat is precies het brandrisico waar Scope 10 om draait.
- Continuïteit PE (Ω).
Sneller invoeren: de meetmatrix
Ga naar het tabblad Metingen en zet de Weergave op Matrix: de groepen staan als rijen onder elkaar, de meettypes als kolommen. Je vult de kolom isolatieweerstand voor alle groepen achter elkaar in, dan Zs, dan continuïteit. Zie ook Meetwaarden invoeren.
In het rapport
Het rapport bevat een tabel Metingen per groep, gegroepeerd per verdeler, met per groep de omschrijving, beveiliging, meetwaarden en een conclusie. Een groep wordt automatisch afgekeurd bij een isolatieweerstand onder 1 MΩ of een afgekeurde meting. Bekijk het voorbeeldrapport NEN 3140 voor het eindresultaat.
De verdeler zelf
Op de verdeler blijven de bestaande velden staan voor wat per verdeler geldt (merk, type, aantal groepen, visuele inspectie). Bij kleine installaties met één of twee groepen kun je de metingen ook gewoon op de verdeler zelf vastleggen, zoals voorheen.
Hier niet uitgekomen?
Zoek in het helpcentrum of stuur ons een bericht via het contactformulier.
Stuur een bericht